Als u onlangs een website heeft laten bouwen of overweegt er een te laten bouwen, heeft u waarschijnlijk het woord WordPress vaker gehoord dan u lief was. Het is de standaard. Volgens schattingen draait ergens tussen de veertig en zestig procent van het hele internet erop. Dat klinkt als een argument om er ook voor te kiezen, en in veel gevallen is dat ook prima. Maar er is een reden waarom moderne ontwikkelaars steeds vaker overstappen op iets als Next.js, en het is geen modegril.
Laat me eerst eerlijk zijn over wat WordPress goed kan. Het is gratis. Het heeft een gigantisch ecosysteem: tienduizenden plugins, themes voor elk denkbaar soort bedrijf, en een leger aan freelancers die ermee kunnen werken. Voor iemand die zelf wil bijwerken zonder met code in aanraking te komen, is de admin-omgeving van WordPress comfortabel. U logt in, u typt een blogpost, u klikt op publiceren. Dat werkt al twintig jaar zo en werkt nog steeds.
De problemen beginnen onder de motorkap. WordPress is gebouwd in 2003 voor blogs. Alles wat het sindsdien doet wat geen blog is, is erin gepatcht via plugins. Wilt u een contactformulier? Plugin. Webshop? Plugin. SEO-instellingen? Plugin. Snelheidsoptimalisatie? Plugin. Beveiliging? Plugin. Op een gemiddelde WordPress-site staan al snel vijftien tot dertig plugins, allemaal gemaakt door verschillende ontwikkelaars, allemaal met hun eigen updateritme, en allemaal met hun eigen beveiligingslekken. Dit is waarom WordPress-sites notoir kwetsbaar zijn voor hacks. Niet omdat de kerncode slecht is, maar omdat de plugin-stapel een gatenkaas is.
Snelheid is het tweede grote probleem. WordPress laadt elke pagina door op het moment van de aanvraag een hele reeks PHP-scripts te draaien tegen een database. Op een trage server is dat traag. Op een snelle server is het gemiddeld. Ik heb zelden een WordPress-site getest die boven de 80 scoort op PageSpeed Insights zonder dat er fors aan gesleuteld is. De gemiddelde site zit rond de 40 à 60. Dat klinkt abstract, maar concreet betekent het dat uw bezoekers seconden langer moeten wachten dan op een gemiddelde concurrent met moderne technologie. En seconden kosten klanten.
Updates. WordPress vraagt onderhoud. De kern, de plugins, de themes — alles moet regelmatig worden geüpdatet, anders ontstaan er beveiligingsrisico's of compatibiliteitsproblemen. Wie doet dat? Vaak niemand. Ondernemers laten WordPress-sites jarenlang ongeüpdatet draaien, en dan is er ineens een hack of een crash. Een onderhoudscontract bij een bureau kost vlot tussen de vijftig en honderdvijftig euro per maand. Dat is voor sommige situaties een investering waard, voor andere overdreven.
Dan Next.js. Dit is een moderne ontwikkelframework gebouwd door Vercel, ontworpen voor snelheid en moderne webstandaarden. Een Next.js-site wordt vooraf gegenereerd als statische bestanden, wat betekent dat er bij elke bezoeker geen database hoeft te worden aangesproken. De pagina staat er al klaar. Dat is razendsnel. Mijn Next.js-sites scoren consistent boven de 95 op PageSpeed, vaak 99 op 100. Dat is geen toeval; dat is hoe de technologie werkt.
Beveiliging. Omdat er geen WordPress-admin is, geen database die wordt aangesproken bij elke aanvraag, geen plugin-stapel met kwetsbaarheden, is het aanvalsoppervlak vrijwel nul. Hackers proberen WordPress-sites omdat er overal hetzelfde aanvalspatroon werkt. Een Next.js-site biedt simpelweg niets om aan te vallen.
Plugins. Hier zit het belangrijkste verschil. In Next.js worden plugins niet gebruikt; functionaliteit wordt geschreven. Een contactformulier is dertig regels code. SEO is ingebakken. Beelden worden automatisch geoptimaliseerd. Geen versnipperde verzameling externe modules, geen updateritueel.
De keerzijde, en die wil ik eerlijk benoemen. Next.js is technischer. U kunt niet zomaar inloggen en zelf de homepage herschikken zoals in WordPress. Aanpassingen moeten door iemand die kan coderen. Als u een blog wilt waar u zelf wekelijks artikelen op zet, kan dat met Next.js, maar dan moet er een content-management-systeem aan gekoppeld worden. Dat is meer setup-werk vooraf.
Voor wie is wat? Als u een KMO bent met een redelijk stabiele website die niet vaak verandert — uw diensten, uw verhaal, een paar landingspagina's, een contactformulier — dan is Next.js verreweg de betere keus. U krijgt een snellere, veiligere, professioneler-ogende site, en u heeft geen onderhoudscontract van honderd euro per maand nodig. Wijzigingen doen we incidenteel.
Als u een grote webshop bent met dagelijks tientallen producten die aangepast worden, of een nieuwsblog met meerdere redacteurs die zelfstandig publiceren, dan is WordPress of een gespecialiseerd platform vaak praktischer. Niet omdat het beter is, maar omdat het werkproces er beter op aansluit.
In mijn werk zie ik dagelijks dezelfde situatie. Een KMO heeft een WordPress-site die traag is, regelmatig stuk gaat, jaarlijks honderden euro's kost aan hosting en plugins, en die nooit echt klanten heeft binnengebracht. We bouwen het opnieuw in Next.js. Snelheid van vijftig naar negenennegentig. Hostingkosten van honderdtwintig euro per jaar in plaats van vierhonderd. Geen onderhoudscontract. Een site die er over drie jaar nog steeds modern uitziet. En klanten die voor het eerst zeggen dat de website er professioneel uitziet.
WordPress is niet slecht. Voor de juiste use case is het uitstekend. Maar voor de meeste Vlaamse KMO's is het een gewoonte uit een tijd waarin er geen alternatief was. Dat alternatief is er nu wel, en het is in vrijwel elk opzicht beter.